De nieuwspagina’s van dagbladen worden steeds vaker geïllustreerd met esthetische foto’s zonder inhoud, constateert Monique Koudijs. Zij vraagt zich af of dergelijke foto’s wel in het nieuwskatern van een krant thuishoren.

Fotojournalist die kunstenaar wilt zijn, schiet zijn doel voorbij

door MONIQUE KOUDIJS

‘NACHTWEYS winnende foto van de Somalische moeder met haar dode kind heeft veel vragen opgeroepen. Het is geen “makkelijke” foto, je moet er je best voor doen.’ Aldus de voorzitter van de jury van de World Press Photo 1993 in de begeleidende folder van de tentoonstelling. ‘De foto brengt dood en wanhoop in beeld, maar doet dat zonder sentimenteel te worden… De eenzame moeder staat symbool voor een heel continent dat lijdt onder de enorme verwoestingen.’

De foto van Nachtwey doet dus een appel op de geestelijke bagage van de kijker. Het is een foto waarnaar je langer moet kijken wil je haar recht doen. Een foto waarbij je moet ‘voelen’ om de essentie te begrijpen en waarbij je moet ‘weten’ om de onderliggende visie te vatten.

Esthetische persfoto

Nog een voorbeeld: de bekroonde foto De ronde van Zwitserland van de fotograaf Christoph Ruckstuhl toont drie wielrenners, gezien door het wiel van een vierde. De foto is esthetisch gezien fraai. Er is over nagedacht. Ook hier is ‘de sfeer’ belangrijker dan het nieuwsmoment zelf, alhoewel deze foto eenduidiger is. Bij zowel de foto van Nachtwey als de foto van Ruckstuhl verdwijnt het eigenlijke moment naar de achtergrond en wordt het beeld opgetild naar ‘iets hogers’. De persfotograaf is kunstenaar geworden.

Journalistiek doel

Dergelijke foto’s zijn bij uitstek geschikt voor een fotoboek, een tentoonstelling of als fotoreportage in een tijdschrift. In een dagblad kunnen ze een illustratie zijn bij de achtergronden van het nieuws, maar ze horen niet thuis tussen de nieuwsberichten. Toch dringen ze steeds meer door in de nieuwskaternen van de landelijke dagbladen. Maar als een fotojournalist bij het registreren van het actuele nieuws te veel kunstenaar wil zijn, schiet hij zijn (journalistieke) doel voorbij.

‘Een gevoel’

Sla je de kranten van de laatste jaren open, dan is de esthetische rust van de foto’s opvallend. Enkele voorbeelden:

  • Fotograaf Hans Heus fotografeert het achterhoofd van voetbaltrainer Wim Jansen tegen een wit vlak voor de Volkskrant van 11 maart 1991; van de tennisser Paul Haarhuis zien we slechts een hoofd, één arm, een drietal lijnen en een tennisbal in de Volkskrant van 5 september 1991.
  • Fotograaf Klaas-Jan van der Weij fotografeert voor Het Parool de achterkant van een gespierde zwemster, waarbij alle aandacht gericht is op de bijna abstracte vorm van het lichaam en de persoon als zodanig onherkenbaar is.
  • Op de voorpagina van Trouw van l februari 1993 zien we slechts het gebroken glas van het vernielde Auschwitzmonument in bijna de volle lengte over de pagina; een soortgelijke foto staat in de Volkskrant van 16 april 1993 van de steenmassa van de Pyramide van Cheops.

Het nieuws is in deze foto’s beperkt tot details, een compositie, ‘een gevoel’, in het beste geval ondersteund door een visie.

Kunstzinnige persfoto’s

Het grote aanbod aan zogenoemde ‘kunstzinnige’ foto’s is echter niet eenduidig en kan daarom ook niet over één kam worden geschoren. Zo zijn er:

1. esthetische foto’s, die inhoud missen (‘lege’ esthetiek; zie foto tennisser Haarhuis);

2. beelden waarbij de esthetiek een persoonlijk gevoel van de fotograaf uitdrukt (zie foto voetbaltrainer Jansen);

3. foto’s waarin een fotograaf een ‘visie’ laat zien op de wereld om hem heen en het betreffende onderwerp in het bijzonder (zie foto Nachtwey). Bij de derde groep foto’s gaat het om een benadering die verder gaat dan het persoonlijke.

Mooi plaatje

Er bestaan ongetwijfeld veel twijfelgevallen. Want wat te denken van de foto van Ruckstuhl: is het ‘lege’ esthetiek of drukt het een persoonlijk gevoel van de fotograaf uit?

Dit geldt eveneens voor de foto van de zwemster van fotograaf Klaas-Jan van der Weij of de steenmassa van Cheops: gaat het ‘mooie plaatje’ een eigen leven leiden of drukt het ook nog ‘een gevoel’ uit.

En verbeeldt de foto van het vernielde Auschwitzmonument van fotograaf Leo Erken nu een persoonlijk gevoel of heeft hij op een symbolische manier een universeel gevoel weergegeven? Toch horen de foto’s geen van alle thuis tussen het actuele nieuws.

Journalistieke taak

Esthetische foto’s zonder inhoud zijn nog het meest misplaatst in het nieuwskatern van de krant. Want als een fotojournalist niets meer te vertellen heeft dan ‘een mooi lijnenspel’ of ‘een schitterende compositie’, wat doet ‘ie dan nog in het medium ‘krant’?

Een dagblad is er in de eerste plaats om te informeren en een foto kan daarin een zelfstandige bijdrage leveren. Maar zodra de vorm ten koste gaat van de inhoud, heeft de persfotografie zijn eigen journalistieke functie opgeheven.

Dan dienen de foto’s weer als onderbreking van de grijze lettermassa en verfraaiing van de pagina als geheel. Op die manier neemt de persfotografie zichzelf niet meer serieus en zijn we weer terug bij af.

Mooie ellende

Foto’s die ‘informatie geven’ in de vorm van een esthetisch mooi plaatje vallen onder dezelfde noemer. Fotograaf Sander Veeneman (Nieuwe Revu) bijvoorbeeld zette in zijn fotoreportage over een Ethiopisch kamp, waar dertigduizend slachtoffers van de burgeroorlog uitgehongerd bij elkaar zaten, een aantal Ethiopiërs tegen een wit doek (Nieuwe Revue nr 16, 1992).

Doordat Veeneman de Ethiopiërs isoleert van hun omgeving, vertellen zij niets over de situatie in het Ethiopisch kamp; het hadden net zo goed Somaliërs kunnen zijn of andere hongerende bevolkingsgroepen.

Bovendien worden de mensen als object gebruikt voor een esthetisch plaatje. Foto’s die in feite getuigen van een hoop ellende, zijn ineens mooi om naar te kijken. Dat schept afstand. En dat wekt vervreemding in plaats van betrokkenheid.

Foto met een visie

Als een fotojournalist zijn persoonlijke gevoel in zijn foto de boventoon laat voeren (niet te verwarren met een visie), is mijn eerste vraag: wat heeft de gemiddelde krantenlezer voor boodschap aan het persoonlijke gevoel van een fotograaf?

De foto is op die manier te vergelijken met een column, een commentaar of een politieke prent van Opland uit de Volkskrant.  Daar kan een krant in haar fotobeleid natuurlijk voor kiezen. De foto vormt dan geen geheel met de geschreven berichten, maar zorgt voor wat ‘persoonlijke accenten’.

Je kunt dan echter niet meer spreken van fotojournalistiek , want de journalistiek valt en staat toch met vermeende objectiviteit?

Universeel gevoel

Een foto met visie gaat verder dan het ‘persoonlijke gevoel’ van de fotograaf. Het geeft een soort ‘universeel gevoel’ weer (alhoewel beide kunnen samenvallen). Het beweegt zich op het vlak van de bespiegeling, de nuance en de complexiteit van situaties.

Nieuwsberichten echter, zijn meestal eenduidig, waarmee de werkelijkheid wordt versimpeld. Op het moment dat een fotojournalist een ‘persoonlijk gevoel’ in kan ruilen voor ‘een visie’ is hij dus het nieuwskatern van een dagblad ontgroeid. Hij is dan in staat een ‘universeel gevoel’ neer te zetten, dat om aandacht vraagt, overpeinzing behoeft (zie de foto van Nachtwey).

De fotojournalist is te goed geworden en doet zichzelf tekort om zijn werk verfomfaaid op lelijk papier in een dergelijk vluchtig medium te laten verschijnen.

Sterke persfoto

De vraag is nu: wat is dan wél een goede persfoto, die tevens beantwoordt aan de journalistieke wetten van het nieuwskatern in een dagblad? We moeten weer enigszins terug naar af, terug naar het nieuwsmoment of de achtergronden daarvan.

Niet meer de behoefte om ‘op te vallen’ stellen boven je journalistieke taak als fotojournalist. Want ‘het belang van fotojournalistiek ligt niet primair in haar potentie als kunstvorm, maar eerder in haar mogelijkheid onze ideeën te vormen, ons gedrag te beïnvloeden en onze maatschappij te definiëren’, (Uit: Photography and society van Gisele Freund, 1980).

Een goede fotojournalist is dus iemand die met beeldende kracht de journalistieke informatie ondersteunt. En daarin ligt ook de kracht van de fotografie ten opzichte van het medium televisie.

‘De kracht van fotografie is de herinnering, die meestal uitblijft bij bewegende tv-beelden’, zegt Francois Hébel, voormalig organisator van het Arles Fotofestival in De Journalist van oktober 1992. ‘Een sterke nieuwsfoto zet zich vast in het geheugen.’


NAWOORD: 

Dit betoog over esthetiek in de persfotografie is gepubliceerd in de Volkskrant op 17 juli 1993. Het heeft destijds veel stof doen opwaaien. Het gaf aanleiding tot:

  • een levendige discussie op de FORUM- en U-Pagina van de Volkskrant;
  • uitnodigingen voor de radioprogramma’s De Ronde Tafel Van Pam, Hans Brinker en de tv-programma’s Zappelin en Nou Dit Weer;
  • een uitnodiging voor een Forumdiscussie op de School voor de Journalistiek in Zwolle;
  • inspiratie voor diverse scripties:

Scriptie Esther Bullens (UVA, 2007) met als onderzoeksvraag:
Is de ethiek van de fotojournalistiek veranderd met de opkomst van digitale beeldbewerking? (Helaas niet meer online)

Scriptie Jette Voorthuijzen (Sint Joost Academie, Breda, 2004) met als onderzoeksvraag:
Wat voor invloed hebben esthetische beelden op de fotojournalistiek?

Scriptie Wouter Boonstra (RUG, 2001) met als onderzoeksvraag:
In hoeverre heeft de ontwikkeling van de (pers)fotografie bijgedragen aan een beter begrip van de werkelijkheid en van de media?

Ook interessant:
Uitgave ‘Stilstaande beelden – Ondergang en opkomst van de fotografie‘; pagina 81 t/m – 92 – De buik van Popov en de Bush van Molle, ontwikkelingen in de journalistieke fotografie (door Arjen Ribbens).

Visies / citaten (willekeurig opgepikt uit de media):

  • Fotograaf Jan Stappenbeld over zijn loopbaan als persfotograaf bij De Telegraaf in De Journalist (24 oktober 2008):
    ‘Er zijn geen spannende foto’s meer die knallen. Geen fotografen meer die iets laten zien zoals het is, en niet een mooie foto proberen te maken van iets dat niet mooi is.
  • Fotograaf Geert van Kesteren in de NRC (9 december 2006) over een van zijn foto’s ‘The elephant walk’ waarop 4 Amerikaanse gevangenen staan afgebeeld:
    ‘Misschien is de foto iets te mooi. Ik hoop dat iconografie mij vreemd is. Ik wil de rauwe werkelijkheid tonen. Je moet geen schoonheid willen zien in oorlog, geweld en armoede.’

De opdracht:
Het betoog is geschreven als afstudeerbetoog op de School voor de Journalistiek in Utrecht (1993) en daarna aangeboden aan de Volkskrant.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *