Alcohol moet minder normaal worden, er is geen veilige ondergrens: aldus de kop van het recente persbericht van de Gezondheidsraad. En terwijl een (groot) deel van de Nederlanders lustig doordrinkt, weinig beweegt en ongezond eet, zien medisch specialisten wat daarvan de gevolgen kunnen zijn. Wat is de rol van de medisch specialist in dit hele verhaal? Moet de arts ‘activistisch’ zijn om het tij te keren? Vier medisch specialisten en één verpleegkundig specialist verkennen de rol van de zorg, de overheid, de patiënt en de industrie.
De lobby van de tabaks-, voedings- en alcoholindustrie is fors, weten de medisch specialisten die zich actief roeren in het maatschappelijk debat over gezondheid en preventie. “Heineken is hét handelsmerk van Nederland. Heineken ís Nederland”, zegt Bart Takkenberg, MDL-arts in het Amsterdam UMC en zeer actief binnen en buiten de spreekkamer als het gaat om alcoholpreventie. “De koning van ons land opende in 2025 officieel het onderzoekslaboratorium van deze bierbrouwer. Ik vind dat echt een inschattingsfout. Dat mensen ook doodgaan aan het product, wordt maar even vergeten. Als hij het Philip Morris Research & Development Centre had geopend, was heel de wereld over hem heen gevallen.”
Ook Wanda de Kanter, voormalig longarts en sinds achttien jaar prominent aanwezig in het maatschappelijk anti-rookdebat, ervaart al jaren de machtige lobby van de industrie: “Toen ik destijds actief de Tweede Kamer benaderde om mijn verhaal te doen, kwam ik erachter hoe sterk die lobby is. Sinds 2009 ben ik voorzitter van de stichting Rookpreventie Jeugd. Via de daaraan gelieerde website Tabak Nee onthullen we de lobbypraktijken achter de schermen in Den Haag en Brussel.” Sindsdien voert de stichting ook rechtszaken tegen zowel de overheid als de tabaksindustrie. “Bij politieke onwil blijken gerechtelijke procedures (litigations & lawsuits) als strategie het meest effectief.”
Machtige lobby
Beide medisch specialisten vinden dat de overheid veel te weinig doet om de bevolking tegen deze beïnvloeding vanuit de industrie te beschermen. Bijvoorbeeld door het verbieden van reclame die een ongezonde leefstijl propageert. Wanda de Kanter: “De reclame van de industrie is ongelooflijk effectief. Kijk naar de gokindustrie: na de liberalisering liepen profvoetballers massaal met shirts van gokbedrijven op het veld. Inmiddels gokken er dit jaar weer zo’n 150.000 jongeren meer. Hetzelfde zie je bij alcohol. Alcoholmerken zijn prominent aanwezig op studentenfeesten en grote evenementen, van de Olympische Spelen tot de viering van 750 jaar Amsterdam. Ik was laatst op een studentensociëteit in Leiden en de hele zaal stond vol met Stëltz-blikjes van de grootste bierbrouwer van Nederland die de artiest van die avond sponsorde.”
Jonge klare Sem Aronson, werkzaam in het OLVG: “Ik sta iedere dag weer versteld hoeveel alcoholreclames ik onderweg naar mijn werk tegenkom, terwijl ik in het ziekenhuis de hele dag aan ’t strijden ben tegen de gevolgen ervan. Wat mij echt pijn doet, is dat veel alcoholreclame wordt geassocieerd met een goede gezondheid. Dat ervaar ik echt als een klap in mijn gezicht.” Rutger Quispel, MDL-arts in het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft en sinds drie jaar bestuurslid van Caring Doctors, een organisatie voor artsen en andere zorgprofessionals, die willen bijdragen aan een duurzame, hoofdzakelijk plantaardige voedseltransitie, ziet hetzelfde gebeuren op het gebied van voeding. “Als een supermarkt adverteert met twee worstenbroodjes en een blik cola voor 2,89 euro, staan middelbare scholieren tijdens een tussenuur massaal in de rij, terwijl hun broodtrommeltje die dag onaangeroerd blijft.”
Tegenwicht bieden
Is het de rol van artsen om in de publieke ruimte tegenwicht te bieden tegen de machtige lobby vanuit de industrie? De twee publiekelijk meest actieve artsen zijn daar duidelijk over. Bart Takkenberg: “Er zijn bedrijfstakken die ons ongezonde dingen aanleren, ongezond laten eten, ongezond laten leven. Dat is een verdienmodel, waar een select gezelschap van profiteert. Deze bedrijven hebben bovendien een sterke lobby in Den Haag. Zo is oud-politicus Fred Teeven de ‘onafhankelijke’ voorzitter van de Nederlandse Brouwers, die de Tweede Kamer letterlijk in zijn telefoon heeft staan. Het is heel moeilijk om tegen zo’n lobby op te boksen. De enigen die dat kunnen, zijn de mensen die de gevolgen zien. En dat zijn wij. Wij zijn de enigen die patiënten zien die tijdens het spreekuur zeggen: ‘Ik heb toch altijd gezond geleefd?’ En als ik dan zeg: ‘Nee, u heeft uw leverkanker gekregen, omdat die fles wijn per dag gedurende twintig jaar toch niet zo’n verstandig idee was’, komt die boodschap vaak harder aan dan de boodschap dat ze leverkanker hebben. Omdat ze er echt van overtuigd waren dat ze een gezonde leefstijl hadden.”
Wanda de Kanter: “Ik wist uit ervaring hoe ingewikkeld het is om met roken te stoppen, en zag in mijn praktijk als longarts er veel mensen aan doodgaan. Twee op de drie rokers sterft aan de gevolgen van tabaksverslaving die in de jeugd is ontstaan. En de helft van die mensen zelfs nog vóór hun pensioen. Wereldwijd sterven er acht miljoen mensen per jaar aan de gevolgen van roken. Het is vaak een lijdensweg. Op een gegeven moment kon ik als medisch specialist niet anders voor m’n gevoel. Dan moet je tegenwicht bieden tegen de leugens van de industrie en haar inzet om zo veel mogelijk jonge mensen aan het roken te krijgen. Een medisch specialist heeft bovendien aanzien in de maatschappij, de Tweede Kamer en Brussel. Jouw verhaal als medisch specialist komt daar overtuigender over dan van iemand die aan de zijlijn staat.”
Bart Takkenberg: “Ik denk dat onze stem als medisch specialist buiten de spreekkamer heel belangrijk is. Ik denk ook dat ik met goede argumenten duidelijk kan maken waarom ik denk dat wat er nu gebeurt niet de juiste weg is. Nog steeds is de mores: als je wilt meedoen, moet je drinken.” Wanda de Kanter: “Ik denk ook dat als je je nu als medisch specialist laat horen, bijvoorbeeld over de schadelijke gevolgen van alcohol, je veel kunt bereiken in korte tijd, omdat je de rapporten mee hebt. Het helpt mensen bovendien om te stoppen met ongezonde leefgewoontes als ze jou op tv hebben gezien of iets op LinkedIn van je hebben gelezen. Daar kun je in de spreekkamer dan weer op inhaken.” Carina Verstraete, verpleegkundig specialist bij de afdeling Hepatologie in het UMC Utrecht en vicevoorzitter van V&VN MDL verzucht: “Ik denk dat we binnen de MDL meer Wanda de Kanters moeten hebben. Je moet toch mensen hebben die echt de barricades op gaan.”
CanMEDS-criteria
Zien de artsen het ook als een maatschappelijke verantwoordelijkheid? Bart Takkenberg: “Omdat we aan het andere eind van het spectrum staan, waarbij we mensen vaak te laat zien die we eerder hadden kunnen helpen, vind ik het onze taak om mensen te waarschuwen voor ziekmakend gedrag en het stimuleren van gezond gedrag. Ik zie dat als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.” Rutger Quispel: “Als je kijkt naar de verschillende rollen die een dokter geacht wordt te vervullen, dan zit daar ook een maatschappelijke rol bij. Daarover zijn de zogenoemde CanMEDS-criteria geformuleerd, waarin staat dat artsen ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben als health advocate: iemand die opkomt voor de volksgezondheid als geheel. De vraag is wel of je van elke dokter moet verwachten dat hij of zij daaraan invulling geeft. Als ik mijzelf bijvoorbeeld vijftien jaar terugzet in de tijd met een gezellig nest met kleine kindertjes, dan was ik al hartstikke blij dat ik mijn diensten en werk overdag afkreeg. Er is dan niet zoveel ruimte voor maatschappelijke activiteiten ernaast.”
Nek uitsteken
Bij de andere artsen ‘kriebelt’ het wel om zich ook publiekelijk te roeren, maar is er nog wat koudwatervrees. Sem Aronson: “Ik voel als arts wel de noodzaak om mijn nek uit te steken, maar kijk nog even de kat uit de boom. Want om mij als jonge arts nu vol in het publieke debat te werpen als diegene die alcohol ontraadt? Dat is zo’n impopulaire positie! Zelfs op social media wil ik mij op dit vlak liever niet begeven in dit tijdsgewricht. Tegelijkertijd: als niemand het gevecht aangaat, verandert er niets. Het ziekenhuis en het zorgsysteem zijn heel conservatief.”
Rutger Quispel: “Wij hadden laatst een groot ziekenhuisfeest met onbeperkt gratis drinken (wijn en bier) tot 01.00 uur ’s nachts. En dat in de wetenschap dat er bij het vorige feest enkele personeelsleden op de eerste hulp terecht zijn gekomen. En het verhaal wordt nog leuker: de eerste werkdag ná dat feest werd er een groot regionaal leefstijlevenement georganiseerd in ons ziekenhuis. Dat kon ik in mijn hoofd allemaal niet meer bij elkaar brengen. Ik heb daarover een bijdrage geplaatst op ons intranet. Het staat er nu 36 uur, met 40 duimpjes en ik hoor van mijn collega’s dat het intern gónst van de gesprekken over alcohol. Dus in die zin heb ik mijn doel bereikt, maar ik vind dat ook enorm spannend, eerlijk gezegd. Ik wil stiekem ook door iedereen het liefst een leuke, aardige, goede dokter gevonden worden en niet iemand die zich met van alles bemoeit.”
Carina Verstraete: “Alcohol is, denk ik, wel een lastiger onderwerp dan roken. Roken doe je wel of doe je niet. Maar alcohol drinkt bijna iedereen: volgens het Trimbos-instituut drinkt ongeveer 80 procent van de bevolking. Bij gesprekken over de volksgezondheid gaat het voornamelijk over ‘probleemdrinkers’. Als je maar één glas per dag drinkt, kun je je daarvan makkelijk distantiëren. Daardoor is het draagvlak voor streng beleid, zoals een nulbeleid, veel lastiger te realiseren. Dat merk ik ook in het ziekenhuis. Ik heb mij ingezet om alcohol uit het ziekenhuis te weren, maar dan hoor je al snel: ‘Dat is betutteling.’ Blijkbaar ligt dat heel gevoelig.”
Wanda de Kanter: “Ook ik heb die aandacht in de media in eerste instantie helemáál niet leuk gevonden, maar het bleek noodzakelijk. Het was in die zin fijn om het samen met collega-longarts Pauline Dekker te doen. Zo is het heel organisch gegroeid. Ik ben ook totaal geen moralist. Ik zoek de publiciteit altijd op basis van medische feiten en ervaringen uit de spreekkamer.”
Zij geeft nog enkele tips hoe je je boodschap het beste verpakt in de media of richting de politiek: “Je moet wel overtuigd zijn van het belang van je boodschap en aansprekende voorbeelden gebruiken, zoals comazuipende jongeren die op de IC belanden. Werk daarvoor bijvoorbeeld samen met een arts op de Spoedeisende Hulp (SEH), die alle ellende na het weekend ziet. Toen ik met internisten in een maatschap werkte, turfde ik elke maandagochtend hoeveel opnames het gevolg waren van alcoholgebruik: messteken, verkeersongevallen, val- en vechtpartijen, mishandeling. Als je de politiek benadert, kies dan een boodschap waarvoor draagvlak is. Voor nulbeleid alcohol is geen draagvlak, en is daarom, op dit moment, niet realistisch. Wel is er maatschappelijk draagvlak voor een reclameverbod en minder verkooppunten: daar is bijna zeventig procent het mee eens, en je neemt niemand iets af.”
Bart Takkenberg: “Mijn adviezen als je de publiciteit zoekt: laat je niet wegzetten als populist of extremist. Blijf bij je argumenten en vertel in heldere taal een eerlijk verhaal. Ook over jezelf. Wees niet roomser dan de paus. Ik heb ook een actief studentenleven gehad waarin ik teveel dronk, en ben nu geen geheelonthouder. Die verhalen gebruik ik in de publiciteit. Mijn boodschap is altijd: je kunt beter helemaal geen alcohol drinken, maar als je toch drinkt, zie het dan meer als een taartje – dat eet je ook niet iedere dag.”
Teachable moment
De spreekkamer is meer de comfortzone van de arts. Maar ook daar is een gesprek over leefstijl niet altijd een gelopen race, weten de artsen. Terwijl de cijfers van leefstijlgerelateerde problematiek toch indrukwekkend zijn. Bart Takkenberg: “Van de MDL-ziekten die we in het ziekenhuis zien, is de helft van de problematiek het gevolg van leefstijl, zoals overgewicht, ongezonde voeding en alcoholgebruik. Van het aantal levertumoren is 25 tot 30 procent alcoholgerelateerd. Alcohol is in Europa en de Verenigde Staten nog altijd de belangrijkste oorzaak van levertransplantaties. Het veroorzaakt bovendien een aanzienlijke ziektelast en sterfte: de alcoholgerelateerde sterfte ligt rond de 7 tot 12 per 100.000 inwoners. Binnen de MDL is overgewicht is weliswaar bezig aan een opmars, maar alcohol is nog steeds de grootste boosdoener.”
Wanda de Kanter: “In Nederland overlijden jaarlijks bijna 20.000 mensen aan de gevolgen van roken. Ongeveer één miljoen Nederlanders leven met een tabaksgerelateerde aandoening. Roken is bovendien verantwoordelijk voor circa dertig procent van de kankermortaliteit.” Rutger Quispel: “In z’n algemeenheid kun je zeggen dat 80 procent van de ziektes die behandeld worden in de Nederlandse ziekenhuizen op z’n minst leefstijlgerelateerd zijn.1 Behalve alcohol is ongezonde voeding in mijn ogen een hele grote factor. De helft van de Nederlanders heeft overgewicht, één op de zeven heeft ernstig overgewicht. Inmiddels gebruikt één op de veertien Nederlanders een GLP1-remmer; in de Verenigde Staten is dat zelfs één op de acht.” Dus ook binnen de spreekkamer valt er voor de zorgprofessionals het nodige te doen als het gaat om leefstijladviezen.
Sem Aronson: “Ik heb er mijn handen vol aan.” Vinden de medisch specialisten dat ook hun taak, of ligt die vooral op curatief vlak? Sem Aronson: “Het moment waarop een patiënt tegenover een medisch specialist zit, schijnt heel belangrijk te zijn. Juist dan staan mensen vaak open voor (leefstijl)advies, omdat ze hulpbehoevend zijn en vaak lang op de afspraak hebben gewacht. Daarom vind ik dat je als medisch specialist zo’n moment moet aangrijpen. Collega’s noemen vaak tijdgebrek als reden om het niet te doen, maar ik denk dat je juist dán het verschil kunt maken en een belangrijke bijdrage kunt leveren aan een gezondere leefstijl.”
Rutger Quispel, die binnen het Reinier de Graaf Gasthuis ook ‘Preventie en leefstijl’ in zijn portefeuille heeft is het met hem eens. “Dat moment noemen we het teachable moment in de leefstijlzorg. Als je het dan niet over leefstijl hebt, geef je als arts het signaal: als de dokter het niet bespreekt, zal het wel niet belangrijk zijn. Of dat altijd meteen moet plaatsvinden als je net een hele nare diagnose bespreekt, is een tweede. Maar van dat teachable moment moeten we als medisch specialisten wel gebruik leren maken.”
Very Brief Advice
Het teachable moment verzilveren, betekent voor een medisch specialist geen lange gesprekken voeren, benadrukt Rutger Quispel. “Want dat past helemaal niet in de manier waarop we de zorg hebben ingericht.” Volgens hem kun je in 30 seconden het volgende doen: “Stuur de patiënten vooraf een vragenlijst. Daarmee stimuleer je ze in ieder geval om erover na te denken. Komt uit de vragenlijst een verhoogd risico naar voren, dan hoef je maar één vraag te stellen: ‘Vindt u het goed om het over uw leefstijl te hebben?’ Is het antwoord ‘nee’, dan houdt het op; met onwillige patiënten heeft dat geen zin. Maar in zeker de helft van de gevallen zeggen mensen ‘ja’. Vervolgens kun je een Very Brief Advice (VBA) geven (een kort VBA+-stopadvies2 is volgens het Trimbos Instituut al bijzonder effectief, red.) en digitaal doorverwijzen naar een gespecialiseerd instituut.”
Wanda de Kanter: “In de VBA+ voor stoppen met roken is zowel de verwijzing als de financiering goed geregeld: bij de meeste zorgverzekeraars kan een roker drie keer per kalenderjaar een stoppen-met-rokenprogramma volgen. Dit wordt bovendien volledig vergoed vanuit de basisverzekering.” Op het gebied van doorverwijzing voor alcoholproblematiek liggen er op dit moment nog wat belemmeringen.
Rutger Quispel: “Nu loopt de doorverwijzing vaak nog via de huisarts, maar in Delft werken we aan een Leefstijlzorgloket in het ziekenhuis. Zo willen we artsen ondersteunen én het argument van tijdgebrek wegnemen.” Vaak is ook motiverende gespreksvoering nodig om patiënten over de streep te trekken hun leefstijl aan te passen, maar daarvoor is tijdens het spreekuur geen tijd. Daarover zijn alle artsen het eens.
Carina Verstraete: “Vaak moet je ook een intrinsieke motivatie aanspreken om patiënten in beweging te krijgen, is mijn ervaring. Verpleegkundig specialisten hebben daar ook meer tijd voor. Bovendien hebben we preventie en motiverende gespreksvoering in ons opleidingspakket zitten. Maar, zoals Rutger zegt, er zijn altijd mensen die het er niet over willen hebben. Ik vind het zelf dan altijd wel belangrijk om toch even dat zaadje te planten. Als ze er wel voor openstaan, probeer ik er altijd een gezamenlijke verantwoordelijkheid van te maken: het effect van de behandeling is immers mede afhankelijk van veranderingen in de leefstijl van de patiënt.”
Mindset
Ook ondersteuning vanuit de overheid zou volgens de artsen welkom zijn. Zij vinden dat zelfs noodzakelijk. Naast leefstijladviezen in de spreekkamer en het bewerken van de publieke opinie via de media en socialmediaplatforms zoals LinkedIn, richten de meer activistische artsen daarom hun pijlen op de politiek. Zowel De Kanter als Takkenberg pleiten voor drie beleidsmaatregelen op het gebied van preventie: een verbod op reclame die een ongezonde leefstijl propageert, prijsregulatie (minimale prijseenheid en belastingverhoging) en minder verkooppunten.
Bart Takkenberg: “Uit onderzoeken blijkt dat deze drie maatregelen het meest effectief zijn om ziekmakend gedrag te voorkomen. Verplaats de verkoop van alcohol bijvoorbeeld naar slijterijen en haal het uit de schappen van de supermarkt. In Nederland worden er jaarlijks 30.000 tot 40.000 mensen voor de eerste keer behandeld voor een alcoholprobleem in de gespecialiseerde verslavingszorg; dit is exclusief de mensen die al behandeld worden. Voor hen is het lopen door een supermarkt erg ingewikkeld.”
Prijsverhogingen van alcohol hebben in Nederland overigens niet altijd het gewenste effect, weet Sem Aronson. “In Nederland zijn de hevige drinkers, in tegenstelling tot Groot-Brittannië, hoogopgeleid met een goed salaris, blijkt uit onderzoek. In Engeland werd er daadwerkelijk minder gedronken toen de accijnzen werden verhoogd. In Nederland is dat niet omgekeerd evenredig. Nederland valt wat dat betreft een beetje buiten de boot.”
Bart Takkenberg: “Toch zijn het juist mensen uit de lagere sociaaleconomische groepen die hierdoor vaker ziek worden. Zij hebben vaker overgewicht, een ongezond eetpatroon, roken vaker en ervaren meer stress, bijvoorbeeld door werkloosheid. Prijsregulatie is ook voor die groepen niet voldoende.”
Carina Verstraete: “Maar het helpt natuurlijk wel voor de jongere generaties. Als je het voor hen duurder maakt, zou het minder aantrekkelijk moeten zijn. Je hebt dan overigens wel ook de hulp van ouders nodig.” Sem Aronson knikt instemmend: “De meerderheid van de vijftien- en zestienjarigen drinkt alcohol en veel van hen krijgen die drank gewoon van hun ouders, blijkt uit onderzoek. Ik vind dat veelzeggend. Het laat zien hoe normaal alcoholgebruik wordt gevonden en hoe diep het verankerd is in onze maatschappij. Daarom denk ik dat het veel langer zal duren dan bij roken om die mindset te veranderen.” Wanda de Kanter: “Vergis je niet: het heeft twintig jaar geduurd voordat de horeca rookvrij was.”
Kosten-batenanalyse
De meer ‘activistische’ artsen hanteren nog een argument om de politiek te overtuigen: een kosten-batenanalyse. Wanda de Kanter: “Er gaat zo’n 120 miljard naar de curatieve zorg, en dat bedrag blijft maar stijgen. Met curatieve zorg behaal je bovendien slechts tien procent gezondheidswinst. Voor preventie is er slechts een fractie beschikbaar, terwijl je daarmee veel meer gezondheidswinst kunt behalen. Alleen zie je die mensen niet in de spreekkamers, omdat je ze gezond houdt.”
Bart Takkenberg: “Preventie moet je niet zien als een gezondheidsmodel, maar meer als een economisch businessmodel. Zo concludeert de WHO in haar rapport Saving lives, spending less (2025) 3 dat een pakket van de zogenoemde Best Buys een return on investment van ongeveer 19:1 oplevert. Met andere woorden: elke geïnvesteerde dollar levert naar schatting ongeveer negentien dollar aan maatschappelijke en economische baten op, zoals een toename van de arbeidsproductiviteit, minder ziekteverzuim, minder kosten spoedeisende hulp, et cetera. Het ministerie van VWS zou daarom onderdeel van het ministerie van Financiën moeten zijn.” Er zijn volgens de zorgprofessionals meer gemiste kansen.
Sem Aronson: “Het is ook moeilijk om onderzoeksgeld of structurele subsidie te krijgen voor een onderzoeksproject op het gebied van preventie, omdat je het effect niet goed kunt meten. Het zijn zeer moeizame trajecten. Voor het project Vroegsignalering alcoholproblematiek,4 waar ik nu samen met Bart aan werk, hebben we een heel klein budgetje gekregen.”
IJslandmodel
De stip op de horizon? Bart Takkenberg: “We kunnen niet de hele wereld beter maken, maar we kunnen wel op grotere schaal voorkomen dat mensen ziek worden. Een gezonde maatschappij functioneert ook beter: er is minder ziekteverzuim, de arbeidsproductiviteit stijgt, mensen zijn gelukkiger, et cetera (zie cijfers WHO en OECD4). Bovendien: als de overheid besluit een kleine interventie te doen, zoals een verbod op alcoholreclame, zie je dat op de langere termijn terug in een daling van alcoholgerelateerde problematiek en sterfte. Voert de overheid een minimale prijseenheid in op drank, dan zien we de effecten daarvan morgen terug op de eerste hulp, in de vorm van bijvoorbeeld minder huiselijk geweld, minder verkeersslachtoffers en minder intoxicaties.”
Wanda de Kanter: “Een mooi voorbeeld vind ik het IJslandse preventiemodel.5 Het alcohol-, tabaks- en drugsgebruik onder jongeren behoorde eind jaren negentig tot het hoogste in Europa. Het land nam vervolgens preventiemaatregelen op het gebied van prijs en beschikbaarheid en tegelijkertijd werd er veel ingezet op georganiseerde vrijetijdsbesteding op elke hoek van de straat met beweging en afleiding zoals sport en muziek. Het resultaat: het gebruik onder jongeren in IJsland behoort nu tot het laagste van Europa.”
[KADER]
Onderzoeksproject Vroegsignalering Alcoholproblematiek
In drie Nederlandse ziekenhuizen loopt het onderzoeksproject Vroegsignalering Alcoholgebruik, dat risicovol alcoholgebruik eerder wil opsporen. Voor patiënten die in de regio Amsterdam naar het Amsterdam UMC verwezen worden, bestaat de optie om, voorafgaand aan hun polibezoek, digitaal een korte AUDIT-C-vragenlijst in te vullen. Afhankelijk van de score volgt een uitgebreidere vragenlijst, waarmee artsen kunnen bepalen of sprake is van risicovol of problematisch alcoholgebruik en zo nodig passende begeleiding (via leefstijlpoli) kunnen aanbieden.
Het project richt zich niet alleen op de MDL-polikliniek. Sem Aronson heeft een Gastrostart-beurs ontvangen om vroegsignalering met behulp van de AUDIT-C breder te trekken naar afdelingen waar onderzoek naar alcoholproblematiek minder voor de hand ligt, zoals de kaakchirurgie, interne geneeskunde en traumachirurgie. Juist daar hopen de onderzoekers patiënten in een vroeg stadium te bereiken, nog voordat ernstige aandoeningen zoals levercirrose, pancreatitis of alcoholgerelateerde letsels ontstaan. Bij een verhoogde score worden patiënten doorverwezen naar een gespecialiseerd verpleegkundige voor motiverende gespreksvoering. Zo moet schadelijk alcoholgebruik eerder worden herkend én behandeld. Vanuit de raad van bestuur van het Amsterdam UMC wordt overwogen dit ziekenhuisbreed in te voeren.
[EINDE KADER]
NB: Dit verhaal is in opdracht geschreven, en gepubliceerd in het tijdschrift MAGMA (Uitgave Nederlandse Vereniging van MDL-artsen), september 2026. Let op: ten behoeve van de leesbaarheid heb ik in deze online versie meer witregels en tussenkoppen toegevoegd. Ook de kop heb ik veranderd, ten behoeve van een breder leespubliek.
Beeld: © 2026 – Exclusieve gebruiksrechten op dit AI-gegenereerde beeld (ChatGPT) berusten bij Monique Koudijs. Geen ongeautoriseerd gebruik toegestaan.




Geef een reactie