De burger als gelijkwaardige partner voor gemeenten: hoe werkt dat en wat is daarvoor nodig? Welke voordelen heeft het en wat zijn valkuilen? Tijdens de serie bijeenkomsten Estafette Vernieuwing Lokaal Bestuur met als thema ‘De burger centraal’ delen gemeenten geleerde lessen en succesvolle voorbeelden. De IJmond-gemeenten Heemskerk, Velsen en Beverwijk zijn al flink op weg met burgerparticipatie, of – zoals ze het liever noemen – ‘inwonersparticipatie’.

Het platform Binnenlands Bestuur, het Nederlands Gesprek Centrum en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) organiseren de estafette met als doel: het uitwisselen van succesvolle ervaringen. Zoals: welke initiatieven spelen er, wie neemt het voortouw, hoe verloopt de samenwerking tussen burger en bestuur, en wat leveren de projecten op? Maar ook: welke vernieuwingen van het lokaal bestuur zijn daarvoor nodig? Op 19 september vindt de eerste bijeenkomst plaats in Leeuwarden.

Tijdens de bijeenkomsten verkennen de aanwezigen hoe de betrokkenheid van de burgers eruit kan gaan zien in het sociaal domein, de energietransitie en andere beleidsterreinen. ‘We moeten de burger niet alleen informeren, maar zien als gelijkwaardige partner die meedenkt, meewerkt en initiatief neemt tot nieuwe vormen van samenwerking tussen burger en bestuur. Dat is de nieuwe realiteit waaraan de lokale democratie zich zal moeten aanpassen’, aldus de initiatiefnemers. Dat klinkt mooi, maar hoe doe je dat?

Actieve bewonersparticipatie IJmond-gemeenten

In de IJmond-gemeenten is inwonersparticipatie in het fysieke domein inmiddels onderdeel van de beleidsprocessen. “We hebben de afgelopen 2 jaar in het fysieke domein al fijne resultaten geboekt”, zegt Aad Schoorl, wethouder in de gemeente Heemskerk met onder meer inwonersparticipatie in zijn portefeuille. Hoe pakt de gemeente dat aan?

“Aan het begin van elk jaar bekijken we welke onderwerpen voor participatie in aanmerking komen. Vervolgens bepalen we welke stakeholders daarin belangrijk zijn, welke concrete vraag we aan de inwoners willen stellen en in welke vorm we dat het beste kunnen doen. Om de juiste vraag te bepalen die je aan inwoners wilt stellen in het participatieproces, moet je eerst een grondige analyse maken van het beleidsprobleem”, legt Aad Schoorl uit.

“Ook de participatiemiddelen zijn belangrijk: hoe bereik je bijvoorbeeld alle relevante doelgroepen? Besteed vooral ook aandacht aan nazorg. Je moet als gemeente duidelijk maken wat je met de input van de inwoners gaat doen en waarom je bepaalde input wel of niet hebt gebruikt. Besteed je geen aandacht aan deze nazorg, dan kan er frustratie ontstaan.”

Succesvol project inwonersparticipatie

Zo werd onder meer bij de herinrichting van het bestemmingsplan Heemskerk Buitengebied inwonersparticipatie ingezet. “We hebben 500 bewoners benaderd via huis-aan-huis-bladen. Daarop kwamen 120 reacties. Met veel bewoners zijn daarna persoonlijke en/of telefonische gesprekken gevoerd en/of vragen beantwoord. Uit de reacties hebben we enkele rode lijnen gedestilleerd om in kaart te brengen wat er leeft en waarop stellingname van de gemeenteraad was gewenst. Eventuele bezwaren hebben we goed afgewogen en verantwoord richting de burger. Het uiteindelijke bestemmingsplan werd breed gedragen en de inwonersparticipatie als constructief ervaren.”

Voordelen inwonersparticipatie

Aad Schoorl ziet tal van voordelen van inwonersparticipatie. “Er wordt van inwoners verwacht dat ze zelfredzaam zijn. Dit betekent voor het lokale bestuur dat je ze ook de kans moet geven zelfredzaamheid te ontwikkelen. Door uit te gaan van hun behoeften, ontwikkel je beter beleid en een groter draagvlak; door inwoners mee te laten praten over beleid, zet je ze in hun kracht. Je krijgt dus ook een andere verhouding met elkaar.”

Maar er zijn meer voordelen van inwonersparticipatie, vindt Aad Schoorl. “Participatie kost altijd energie en tijd, maar als je mensen meeneemt aan de voorkant van je beleidsproces, levert dat altijd positieve energie op voor beide partijen; laat je mensen pas meepraten aan de achterkant van het besluitvormingsproces, dan levert dat (bijna) altijd negatieve energie op.”

Samen optrekken

Sinds 1 april 2018 zijn in de IJmond-gemeenten ook Participatieraden in het sociale domein actief. Aad Schoorl: “In het sociale domein willen we dezelfde methodiek gaan toepassen als in het fysieke domein, maar in dit domein doen we dat samen met de Participatieraden. Zij gaan daarbij niet over de inhoud, maar geven aan op welke onderwerpen zij participatie willen en organiseren die vervolgens. Daarover moet je dus duidelijke afspraken maken: waar begint de inzet van de Participatieraad en waar eindigt die. We zijn nog bezig daarvoor een vorm te zoeken.”

Joris Jansbeken is voorzitter a.i. in de Participatieraad van Heemskerk en heeft als voormalig lid van de Wmo-raad de ontwikkeling van Cliënten- en Wmo-raden naar Participatieraad van dichtbij meegemaakt. “In de tijd van de Wmo-raden werd een beleidsstuk over de muur gegooid met de vraag wat we ervan vonden. We moesten daarna maar afwachten wat de gemeente ermee deed. Dat is niet meer van deze tijd. Nu buigen we ons samen met beleidsmedewerkers van de gemeente over de manier waarop we inwoners van de gemeente kunnen betrekken bij de vorming van beleid. Dat is een hele uitdaging. Want participatie organiseren: dat is nogal wat.”

Vooral veel oefenen

“Het is vooral veel oefenen”, zegt Joris Jansbeken. “Want waarover wil je het als Participatieraad hebben en hoe ontwikkel je een concrete vraag die je aan de inwoners van de gemeente kunt stellen? En hoe wil je de participatie gaan doen? Je moet echt leren denken in die richting. Bij een concreet onderwerp als ‘bomenkap’ is dat natuurlijk een stuk makkelijker dan bij een abstract onderwerp als de nieuwe 4-jarige Sociale Domein-nota. Daarin zijn we samen met de gemeente nog aan ’t zoeken; we trekken samen op. Dat is het leuke ervan. Een voorbeeld:

“Neem bijvoorbeeld de toegankelijkheid van gebouwen. We vroegen als Participatieraad of de gemeente daar al beleid voor had. Dat bleek nauwelijks zo te zijn. Drie weken later komt de beleidsmedewerker terug met het idee om mee te doen met de Week van de Toegankelijkheid, waarmee via een app rolstoelgebruikers de toegankelijkheid van gebouwen in hun gemeente kunnen testen. Daarop gaan we nu dus participatie organiseren”, vertelt Joris Jansbeken enthousiast. Hij vindt dit een mooi voorbeeld van de dynamiek tussen Participatieraad en gemeente in de nieuwe manier van (samen)werken.

Selectieprocedure Participatieraad

Aan de Participatieraden in de IJmond-gemeenten ging een wervings- en selectieprocedure vooraf. Via de lokale kranten en sociale media werden bewoners benaderd met de vraag of ze interesse hadden in deelname in de Participatieraad. Gezocht werd naar een zo volledig mogelijke afspiegeling van de gemeente, zowel qua leeftijd als achtergrond. Ook moesten de deelnemers een breed netwerk hebben in het sociale domein. Daarna volgde een gespreksronde, waarbij de selectiecommissie in de ene gemeente bestond uit inwoners van de andere gemeenten, om vooringenomenheid te voorkomen.

Aanjager houdt partijen op de rails

In de gemeente Heemskerk werden er van de 20 reacties 9 geselecteerd. In de gemeente Velsen en Beverwijk bestaat de Participatieraad uit 11 leden. De leden zijn aangenomen voor twee jaar. Daarnaast is een aanjager aangesteld, die zowel de gemeenten als de Participatieraden “op de rails en bij de les houdt”. “Heel belangrijk”, zegt Aad Schoorl. “Juist om zaken die je als IJmond-gemeenten en voormalige Adviesraden met elkaar hebt ontwikkeld, te borgen en in de gaten te houden. Daarnaast houdt zij contact met alle partijen en zorgt dat er goed met elkaar wordt afgestemd.”

Bestuurlijke vernieuwing: loslaten en lef hebben

De Participatieraden in de IJmond-gemeenten zitten nog volop in de opbouwfase. “Het is nog zoeken”, zegt zowel Aad Schoorl als Joris Jansbeken. Voor de leden van de Participatieraad betekent het inwerken en oriënteren: hoe ziet het sociale domein eruit, wat wordt er verwacht, welke vraagstukken liggen er voor de komende jaren, welke leent zich voor participatie en hoe doe je dat?

Voor de bestuurders betekent het volgens Aad Schoorl vooral ook “loslaten en lef hebben”. “Iedereen zoekt nog naar zijn rol. Een nieuwe manier van werken is altijd even wennen. Als je inwoners een duidelijke rol geeft in je beleid, zul je als beleidsmaker ook zaken moeten loslaten. Dat vereist lef. Van belang is inwonersparticipatie in beleid te borgen, er constant aandacht aan te besteden en de succesvolle voorbeelden te delen.”

Meer informatie

NB: Dit artikel is gepubliceerd op de website Gemeenten van de Toekomst op 12 september 2018 en geschreven in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Illustratie: Jongens van de Tekeningen / Flatland Agency 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *